Damsterdiep 10 9711 SK Groningen
+31 (0)6 415 00 532
karlijn@dochterdejonge.nl

Ja echt, er kan nog veel meer weg, bewijst opruimexpert Marie Kondo

Marie kondo consultant

Marie Kondo is terug. In haar eigen tv-show helpt ze families hun zooi op te ruimen. Doe weg wat geen plezier meer geeft, is haar motto. En dat blijkt heel wat: de kringloopwinkels kunnen het amper aan.

Toen de hype rond het boek ‘Opgeruimd’ (2014) van de Japanse Marie Kondo een paar jaar geleden een hoogtepunt bereikte, verscheen er een fijne cartoon in de Volkskrant. Stefan Verwey tekende een woonkamer met daarin twee vrouwen op een loungebank. Ze kijken naar een boekenkast waar nog maar één boek in staat. ‘Dat is het boek van die opruimgoeroe’, zegt een van de twee.

Het is de filosofie van Kondo’s boek, tot het uiterste doorgevoerd. Volgens haar kun je van bijna al je spullen afscheid nemen als ze hun diensten bewezen hebben en ze je niet meer blij maken (‘Do they spark joy?’). Ook boeken. Een keer gelezen? Weg ermee. Maar je mocht van haar niet vergeten de spullen netjes te bedanken.

Overvolle kringloopwinkels

De methode-Kondo maakte in deze overprikkelde tijden snel school, het gansche land begon te ‘ontspullen’ voor een overzichtelijker en rustiger leven. De term raakte gaandeweg ook weer een beetje van Kondo los, er kwamen allerlei opruiminitiatieven. Het minimalisme stak de kop op, het tiny house kwam om de hoek kijken en uiteraard klonken er ook wat tegengeluiden, want waarom zou je niet ook gewoon wat spullen mogen houden? Wat was er tegen een beetje rommel, tegen een ‘archief van je leven’ dat ieder mens met zich meedraagt? Toch bleef het ontspullen, ontzooien en ontwarren leidend.

Nu is Marie Kondo terug, dit keer met een eigen tv-programma. De serie ‘Tidying up with Marie Kondo’ is sinds 1 januari (slim!) op Netflix te zien en is in Amerika een dusdanige instant-hit dat de kringloopwinkels er meteen overladen werden. Het tijdschrijft The New Yorker beschrijft fijntjes de gang van zaken in een bekende vintage kledingwinkel in New York waar überhippe twintigers met designerbrillen en ‘Bauhauskapsels’ werken, die tussen de enorme stapels net binnengebrachte kleding nuffig opmerken dat ze de naam Marie Kondo niet meer kunnen hóren.

Ook hier zingt door de Netflix-serie haar naam weer rond en delen mensen op Instagram en Facebook foto’s van hun overzichtelijk ingedeelde sokkenlades. En bij de Hema en Action staan haar veelgebruikte doorzichtige opruimboxen vooraan in de winkel – in de aanbieding.

Maar wat maakt het tv-programma zo succesvol? Het is eigenlijk merkwaardig onspectaculair in zijn soort. “Nogal underwhelming”, zoals mijn nuchtere tienerdochter met wie ik een paar afleveringen keek het in goed Nederlands uitdrukte. Tegenvallend dus. We verhuizen zelf deze maand dus dat kwam goed uit – ontspullen doen we al anderhalf jaar, we bezoeken het onvolprezen afvalstation in de stad bijna wekelijks.

© getty

Geen make-over

Maar goed, de serie ‘Tidying up with Mary Kondo’ is dus geen ‘extreme make-over’ waarbij een zich door leven ploeterend, tragisch gezinnetje een week naar een fijn resort wordt gestuurd terwijl een fanatieke bouwploeg hun huis onherkenbaar omtovert tot het gedroomde paradijs. Nee, hier huppelt Marie Kondo kortstondig bij de diverse, tamelijk gewone Amerikaanse families met hun tamelijk gewone huizen en spullen naar binnen.

Kondo is een kwikzilverige, meisjesachtige verschijning, bijna een animatiefiguurtje, ze wordt vergezeld door een aardige tolk die, indien nodig, een paraplu boven haar hoofd houdt. Volgens mij zag ik af en toe zelfs sterretjes in Kondo’s ogen twinkelen, maar dat kan ook verhuismoeheid zijn. Ze bekijkt glimlachend de diverse kamers, garages, kleding- en keukenkastjes, kirt dat ze dol is op troep, knielt ergens in huis neer om het met geloken ogen in een soort animistisch ritueel samen met de bewoners kennis te maken, geeft de eerste instructies en huppelt dan ook fluks het huis uit.

En dan zijn de bewoners weer aan hun moeizame interieurs, zooi en vooral aan elkaar uitgeleverd. Want ja, de verwaarloosde, vastge- roeste spullenellende in huis toont vaak uiteraard verrassende parallellen met de relaties en latente problemen van zijn bewoners.

De ‘KonMari-methode’

Het uitzoeken en weggooien gebeurt in vaste volgorde volgens de ‘KonMari-methode’ die Kondo ontwikkelde. 

Eerst is er de kleding, die moet allemaal uit de kasten gehaald en op bed gelegd, op een grote stapel. Elk stuk moet ter hand genomen: word je er nog blij van? Zo niet: weg ermee. Daarna zijn ruimtes als garages en keukens aan de beurt, volgens eenzelfde procédé. Als laatste komen de ‘emotionele’ spullen: fotoboeken en dozen met oude brieven of anderszins.

Kondo gelooft niet in stukje bij beetje opruimen. Pas als je alles in een keer grondig aanpakt bereik je resultaat. Al met al duurt het hele proces soms wel een dag of veertig, vijftig, waarbij de cameraploeg af en toe komt kijken – net als Kondo zelf. Heel veel lijkt ze dan niet te doen, maar de bewoners zijn elke keer weer extreem blij en dankbaar als ze haar zien. Verder doen ze alles zelf.

Misschien ligt de aantrekkingskracht van het programma juist in dat onspectaculaire, in het lage tempo en in het feit dat de mensen het zélf moeten doen, en dat de deelnemers natuurlijk hun issues hebben, maar dat het niet gaat om extreme verzamelaars – hoewel het natuurlijk in onze ogen wel echt Amerikanen zijn, met per definitie veel te veel spullen en veel te grote huizen met veel te grote garages waar in de loop van een (langdurig) huwelijk veel opgestapeld raakt.

Troostshoppen

Waarom heeft de best hip ogende Rachel van begin dertig minstens tachtig tupperwarebakjes? Of neem het Amerikaans-Japans gepensioneerde echtpaar Wendy en Ron. Zijn honkbalkaartjesverzameling neemt de halve slaapkamer in beslag. Zij is dol op haar kerstdecoraties en dat zijn dan niet gewoon een paar dozen, maar een grote extra kamer vol. Haar kleerkasten puilen uit vanwege het troostshoppen dat ze zo vaak doet: als ze ruzie heeft met haar man wil ze hem ‘raken waar het het meest pijn doet’: zijn creditcard. Uhuh…. Toch gaan ze samen aan de slag.

Het aardige van Marie is trouwens dat ze de gekke of slechte gewoontes van haar cliënten nooit veroordeelt, en ook niet voorschrijft dat van die perverse berg kleren maar dertig stuks over mogen blijven. Nee, dat moeten de mensen zelf beslissen. Zolang ze maar weten wat ze hebben en waarom. En aan het eind van elke aflevering is er de beloning, zowel voor de deelnemers als voor de kijkers op de bank: uitputting maar vooral opluchting bij het loslaten van al die zakken en dozen met spullen, spullen en nog eens spullen.

Zelf dacht ik al lang een soort Kondo-promovenda te zijn, na de talloze ritten met een volle auto naar het afvalstation, en zo keek ik ook een beetje naar de mensen in de serie: ach, schattig, beginners! Maar nu staar ik alweer wat mismoedig naar de snel groeiende berg verhuisdozen in mijn woonkamer. Toch maar weer wat strenger de ‘does it spark joy’-modus aanspreken. 

Bron: Trouw, Andrea Bosman, 2 februari 2019

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *